Poeziecentrum

Wij werken momenteel haastig aan de mobiele versie van onze vernieuwde website!
U kan de oude website nog raadplegen voor verdere informatie,
of u kan hem bekijken op uw desktop.

Poeziecentrum

Terras #15 Afrika

Op 22 november verscheen het vijftiende nummer van Tijdschrift TerrasAfrika. Terras #15: ‘Afrika’ wil de lezer een veelheid aan werk van Afrikaanse auteurs aanreiken. De Noord-Afrikaanse literatuur bewaarden de samenstellers daarbij voor een later nummer; de blik is deze keer gericht op een bewust gekozen afwisseling tussen overleden grootheden, gevestigde waarden en nieuwe, jonge stemmen die afkomstig zijn uit West-, Oost-, Zuid- en Midden-Afrika.

Ook de namen die iedereen bekend in de oren zouden moeten klinken – gezien de realisaties van de auteurs in kwestie, en de kwaliteit van hun werk – doen dat meer dan eens niet. Nederlandse vertalingen van het werk van veel Afrikaanse auteurs vind je vaak enkel tweedehands. In de jaren zeventig, tachtig en negentig werd blijkbaar meer werk van Afrikaanse auteurs in het Nederlands uitgegeven, inmiddels lijkt die aandacht verslapt, of beperkt tot het werk van Afrikaanse auteurs die via de VS, of in mindere mate via Groot-Brittannië of Frankrijk tot ons komen. Verschillende Afrikaanse essayisten bogen zich over de vraag wat er specifiek 'Afrikaans' is aan Afrikaanse literatuur en hoe postkoloniale auteurs zich tegenover het westen verhouden. En leven de Afrikaanse talen nog in de Afrikaanse literatuur? Daarover leest u bijvoorbeeld meer in de opgenomen bijdrage Mukoma wa Ngugi.
Onontbeerlijk bij het samenstellen van Terras #15: ‘Afrika’ was de bijdrage van schrijver Vamba Sherif, die de redactie van Terras kwam versterken (en wiens literaire kennis zich overigens niet tot Afrikaanse literatuur beperkt). Sherif buigt zich onder andere over het oeuvre van de Senegalese schrijver en regisseur Ousmane Sembene.
Terras #15: ‘Afrika’ toonteen ten onrechte onderbelicht deel van de literatuur, waarin een grote verscheidenheid leeft, in zowel onderwerpen als vorm. De verhalen handelen over liefde, mannen en vrouwen, homoseksualiteit, vlucht en migratie, dagelijks leven, politiek en emancipatie, de ene keer absurdistisch, dan weer barok, dan weer uitgepuurd.
Naast werk van de al genoemde auteurs vindt u gedichten van Sony Labou Tansi (vertaald en ingeleid door David Van Reybrouck), Tade Ipadeola, Mbella Sonne Dipoko, Nassor Hilal Kharusi, Fiston Mwanza Mujila, Jack Gilbert, Julia Trompeter, Charl-Pierre Naudé en René Bohnen. Korte verhalen en ander proza van Ángela Nzambi, Saleh Addonia, Jennifer Nansubuga Makumbi, Masande Ntshanga, Nuruddin Farah, Saah Millimono, Sandro William Junqueira, Jonathan Safran Foer en In Koli Jean Bofane. En essays van Joeba Bootsma en Fatou Diome.

Het misverstand leek een prima metafoor voor mijn eigen ervaring. De feiten die ik registreerde deden op geen enkele manier recht aan dat wat er gebeurde, ze telden niet op tot meer dan een armzalige fractie van de meervoudige werkelijkheid. 
Dit tekstfragment staat achterop het boekje Geringere schepsels van Jan Postma, een verzameling van vijf essays die zojuist is verschenen bij de Jan van Eyck Academie. Het boekje is in feite een mengvorm van essay en fictie dat een opvallend mooie samenhang heeft. 'Geringere schepsels', dat zijn bijvoorbeeld de motten bij Virginia Woolf in het postuum verschenen The Death of the Moth. Maar het zijn ook de motten die in de badkamer sterven van de minder bekende Amerikaanse schrijver Annie Dillard en ook die in een kleine passage uit de roman Austerlitz van W.G. Sebald. Postma lijkt Sebald op het spoor te komen in de Antwerpse ZOO waar hij een luiaard bestudeert en fotografeert – het boekje is verluchtigd met fotografie van de auteur. Gebeurtenissen uit het leven van de auteur worden op een opmerkelijk laconieke en toegankelijke manier genoteerd, hoe indringend ze ook blijken te zijn. Indringend zijn ook de foto's van Rinko Kawauchi die Jan Postma bekijkt en hem net als de Lof op de schaduwen van Tanizaki aan het denken krijgen.
'Schemerschijn' is de naam van de de reeks waarvan deze essaybundel deel 3 is. De reeks bestaat uit speciaal geschreven teksten over schaduwen, of ze nu een verhaal als sprekend spook hebben zoals in het tweede deel Wat ben ik meer dan stilte van Roos van Rijswijk, of het verschil in gebruik van licht en donker tonen zoals dat tussen oost en west verschilt in het essayistisch reisverhaal De erker van Bregje Hofstede. 'Schemerschijn' is de naam van de reeks die in het leven is geroepen door Lex ter Braak, scheidend directeur van de Van Eyck Academie, literator, kunstbestuurder en schilder, op verzoek van het Ben Remkes Cultuurfonds.

Terras #15 'Afrika' | ISBN 978-90-5188-116-5 | 192 blz. | 17x24cm | €15,- | Grafisch ontwerp: Herman van Bostelen

Geringere schepsels | Schemerschijn #3 | Jan van Eyck Academie | 48 blz. |€15,- of gratis bij een jaarabonnement op Terras | Grafisch ontwerp: Christophe Clarijs en Céline Mathieu (Fellow Beings)
 
Terras #15 staat onder redactie van Kim Andringa, Anna Eble, Vamba Sherif, Ton Naaijkens, Annelies Verbeke en Tom Van de Voorde en wordt verspreid door Abonnementenland/VMBpress, het Poëziecentrum Gent en de uitgeverij van Perdu.
De losse delen van Schemerschijn zijn separaat te verkrijgen bij de Jan van Eyck Academie: info@janvaneyck.nl onder vermelding van Schemerschijn 3. Recensie-exemplaren worden verzorgd door Terras.