Poeziecentrum

Wij werken momenteel haastig aan de mobiele versie van onze vernieuwde website!
U kan de oude website nog raadplegen voor verdere informatie,
of u kan hem bekijken op uw desktop.

Poeziecentrum

Beeldspraak 20: Poëzieweekspecial met Miriam Van hee en Hester Knibbe

Schrijf je school in en stem mee voor de Poëziesterren 2023!

Het Europees poëzieplatform Versopolis wordt opnieuw verlengd!

Wie mee wil zijn in Poëzieland leest Poëziekrant - nu ook digitaal!

Bezoek onze webshop!

De witte zon van de dood - Claude van de Berge

Verlangt poëzie een verklaring? Beelden en metaforen zeggen alles wat gezegd moet worden, maar toch blijft daarna de vraag: Wat zeggen ze?

In De witte zon van de dood plaatst Claude van de Berge de vraag van bestaan en niet bestaan binnen de Einsteiniaanse wet van het behoud van energie: energie is eeuwig, de mens is energie, dus is de mens eeuwig. Als energie eeuwig is, bestond ze voor het ontstaan van het universum, voor het ontstaan van de miljarden andere universa. Het raadsel van het bestaande en het niet-bestaande vormt een antropokosmische eenheid, de eenheid die de mysticus Rumi ‘het oneindige van de schoonheid noemde’ en in deze gedichten het centrale thema is. De ritmen wekken de indruk van een sprekende stem, maar tegelijk streeft hij een sacraliserende, liturgische taal na, om ook het hogere, het sublieme, uit te drukken.

Verhalende gedichten wisselen met filosofische, bespiegelende of bezwerende teksten. Een taal die door de melodische spanningsbogen de woorden opent voor het onuitsprekelijke, het mysterie in het mysterie, dat verborgen blijft en onbereikbaar is, tot in het oneindige, maar de kern is van het bestaan... En van het gedicht.

Claude van de Berge (1945) publiceerde proza, poëtisch proza en poëzie. Hij neemt in de hedendaagse poëzie een geheel eigen plaats in. Zijn laatste werken zoals Gebed tot de leegte, De grote omhelzing en De vonk bewegen zich in de richting van een mystiek gedragen poëtica en vormen een reactie tegen het blinde zelfbedrog van een technologische vooruitgangswaan. Gedichten van hem werden opgenomen in allerlei tijdschriften in Vlaanderen en Nederland, zoals De gids, Poëziekrant en Het Liegend Konijn. De witte zon van de dood is zijn tweeëntwintigste bundel.

Enkele persstemmen over Gebed tot de leegte

‘Claude van de Berge neemt een volstrekt unieke plaats in in de Nederlandstalige poëzie. Hij schrijft compromisloze, persoonlijke en tegelijk universele, “schaamteloos” mystieke, meditatieve literatuur. Een abstracte vorm van extase.’ – Johan De Boose

‘Er gebeurt in Gebed tot de leegte iets wat grote poëzie kenmerkt: de woorden overschrijden zichzelf.’ – Renaat Ramon

Poëziewedstrijd Nieuwe Vaart

Deadline: 
31 maart 2023

Beeldspraak 20: Poëzieweekspecial met Miriam Van hee en Hester Knibbe

Deze aflevering van de podcast Beeldspraak werd gemaakt in het kader van Poëzieweek 2023 en is een samenwerking tussen Poëziecentrum en Poetry International.

In deze aflevering praat dichter en (oud-)programmator van Poetry International, Jan Baeke met de twee dichters Miriam Van hee en Hester Knibbe over het Poëziegeschenk 2023, 'Er staat te gebeuren', dat ze samen schreven.

 

Pagina's

Goede poëzie doet de tijd stollen - Campuskrant KULeuven - 25 mei 2016

Jens Meijen - Jonge Dichter des Vaderlands (België)

Dichten is denken met hart en hoofd.

Rik Torfs

Met mijn gedichten communiceer ik de perikelen van de communicatie.

Mark Insingel - Poëziekrant, 1986

Iedereen heeft natuurlijk gevoelens en ideeën, een dichter is geen speciaal soort veldsalade die op een andere manier gevoelens zou hebben of hikken.

Roger M.J. de Neef - Poëziekrant, 1986

Je schrijft niet los van de wereld. Mijn uitgangspunt is dat je de schrijftafel splinter na splinter moet afbreken, zodanig dat je alleen nog kan schrijven op de rug van het leven.

Gwij Mandelinck - Poëziekrant, 1986

De zuivere lyriek is altijd plagiaat, alleen in eigen leven kan men leren het woord te scheiden van het vlees.

Charles Ducal

De eeuwigheid zwijgt in alle talen. Alleen de vorm kan een stukje verbruikbare tijdeloosheid veroveren.

Henri-Floris Jespers - Poëziekrant, 1982

Het kunstwerk of gedicht is niet het resultaat van een influistering, eerder een antwoord op het uitblijven daarvan.

Henk van der Waal - Poëziekrant, 2004

De dichter moet alle geijkte begrippen bestrijden.

Willem M. Roggeman - Poëziekrant, 1985

Het platvloerse is een pendant van mijn zeer subtiele metafysische vluchten.

Hugo Claus